Mijn kind begrijpt alles, maar zegt nog niet zoveel

Je kind begrijpt alles wat je zegt, maar zegt zelf nog niets. Het haalt zijn jas als je zegt dat jullie gaan. Het wijst naar de hond als je vraagt waar die is. Het lacht om jouw grappige stemmetje. Maar woorden? Die komen maar niet..

Stel je voor…

Je zit op de grond met de blokken. Je kind pakt een blok, kijkt jou aan, kijkt naar de toren die jullie aan het bouwen zijn. Je zegt: “Nog een blokje erbij?” Je kind straalt en legt het blok erop.

Dat gaat goed. Jullie begrijpen elkaar.

Maar dan ben je bij je zus op bezoek. Haar kind van dezelfde leeftijd ratelt een woordenstroom. “Koekje! Nee! Auto! Mama kijken!” Jij kijkt naar jouw kind. Die speelt vrolijk mee, maar zegt niets.

Op de terugweg in de auto denk je: waarom zegt hij dat niet? Hij begrijpt het toch ook?

Als je dit herkent, ben je precies op de goede plek. Want dit is het verhaal dat wij als logopedist het vaakst horen van ouders die voelen dat er iets is, maar het niet goed kunnen benoemen.

Lees hieronder mee.

Moeder en peuter spelen samen met blokken op de grond om de taalontwikkeling te stimuleren

De onzekerheid die je maar niet kwijtraakt

Het begint meestal met een klein gevoel. Na een afspraak bij het consultatiebureau, of na een speelmiddag met een vriendje dat in zinnen vertelt wat hij allemaal wil. En dan is die twijfel er.

Dus probeer je het aan te moedigen. “Zeg maar hond!” “Wat is dat? Zeg het maar!” “Doe maar na!” Je herhaalt het. Je wijst. Je wacht.

Met als resultaat: een kind dat nóg stiller wordt. Niet omdat jij iets fout doet, maar omdat er iets gebeurt in het hoofd van je kind op het moment dat het voelt dat het moet presteren. En dit is precies iets wat de meeste ouders niet weten en waar deze blog over gaat.

Het verschil tussen taalbegrip en taalproductie

Wat wij ouders vaak als eerste vertellen is gelijk ook het eerste wat hen oplucht.

Begrijpen en praten zijn twee aparte werelden. Ze ontwikkelen zich in een eigen tempo en via verschillende paden in het brein. Het ene heeft het andere nodig om vooruit te gaan. Zo merken we dat een kind met een groot taalbegrip makkelijker openstaat om de taalproductie uiteindelijk ook te pakken.

Een kind dat veel begrijpt, heeft al een enorme hoeveelheid taal binnengekregen en opgeslagen. Die woorden zijn er. Ze zijn alleen nog niet klaar om naar buiten te komen. Sommige kinderen zitten langer in wat wij de instudeerfase noemen: ze kijken, luisteren, verwerken. 

En dan, wanneer ze er klaar voor zijn, volgen de eerste woordjes.

Dat jouw kind zoveel begrijpt? Dat is geen toeval. Dat is jouw werk.

Jij doet al meer dan je denkt

Al die keren dat je praatte tijdens het aankleden, het eten, een wandeling door de buurt waren momenten waarop jij taal toevoegde bij je kind. Zonder dat jij het door had, sloeg hij die taal toen elke keer weer op. De basis is er dus al. De vraag is alleen: hoe help je hem nu ook de weg naar buiten te vinden? En dan komen we bij iets wat de meeste ouders verrast.

WAT ER IN HET BREIN GEBEURT

Wanneer een kind het gevoel krijgt dat het nú iets moet zeggen, verschuift de aandacht van communiceren naar presteren. En presteren en leren gaan bij jonge kinderen niet goed samen.

De druk om een woord te produceren, hoe goed ook bedoeld, blokkeert precies het mechanisme dat taalproductie mogelijk maakt. Hoe harder je trekt, hoe stiller het wordt.

Dit is geen koppigheid. Geen karaktertrek. Het is biologie. En het is te beïnvloeden

Waarom 'zeg maar na' vaak averechts werkt

Hier komt het goede nieuws: je hoeft geen logopedist te zijn om het verschil te maken. Je hoeft ook geen speciale oefeningen in te plannen of extra tijd vrij te maken. De momenten waarop taal groeit, zijn de momenten die er toch al zijn.

Het ontbijt. De luiers. De blokken op de grond. De auto naar de supermarkt. Dat zijn geen kleine, onbetekenende momentjes in de marge van de dag, maar juist precies de plekken waar taalontwikkeling plaatsvindt.

Het enige wat verschilt, is hoe je erin aanwezig bent.

3 Tips om de taalontwikkeling thuis te stimuleren

Praten mét in plaats van praten tégen

Veel ouders praten tegen hun kind: benoemen, uitleggen, vragen stellen.

Dat is niet verkeerd, maar het zet je kind in de rol van ontvanger. Taalgroei gebeurt pas echt als je kind ook zender mag zijn. Dat betekent: ruimte laten. Niet invullen. Wachten op het moment dat je kind iets initieert en dán aansluiten op wat het al doet, in plaats van sturen naar wat jij wil horen. Dat klinkt simpel. In de praktijk is het een heel andere manier van aanwezig zijn dan de meeste ouders gewend zijn.

Herhaling is een van de krachtigste gereedschappen bij taalontwikkeling. Alleen: de herhaling die werkt, is niet “zeg maar na wat ik zeg.” Het is iets subtieler. Als je kind wijst naar een auto en jij zegt “ja, auto!” dan heb je de taal bevestigd. Als je kind een geluidje maakt en jij zegt “ja, die auto rijdt hard!”  dan heb je de taal uitgebreid. Dat verschil, dat kleine stapje verder, is wat taalwetenschappers expansie noemen. En het is verrassend hoe vaak je er al bijna bent, zonder het te weten.

Voor een peuter is spelen de manier waarop de wereld wordt verwerkt.

Taal die tijdens het spel opduikt, wordt anders opgeslagen dan taal die ‘aangeboden’ wordt. Het zit in de context, in de emotie van het moment, in de herhaling die voelt als plezier en niet als oefening.

Wat dat in de praktijk betekent? Dat je niet naast je kind hoeft te zitten met flashcards. Dat je gewoon op de grond kunt zitten met de blokken en dat er, als je weet waar je op let, van alles mogelijk is in die twintig minuten.

Weten is niet hetzelfde als doen

Dit is misschien wel het eerlijkste wat we je in deze blog kunnen meegeven.

Je kunt nu begrijpen dat taalbegrip en taalproductie twee aparte werelden zijn. Je kunt begrijpen dat prestatiedruk averechts werkt. Je kunt begrijpen dat de gewone dagelijkse momenten de plek zijn waar het gebeurt.

Maar begrijpen verandert nog geen gedrag.

Want de volgende keer dat je kind zwijgt terwijl jij hoopt op een woordje ga je het tóch vragen. Dat is menselijk. Dat doen alle ouders. Niet omdat ze het niet weten, maar omdat de oude gewoonte sneller is dan het nieuwe inzicht.

Gedragsverandering vraagt oefening. Het vraagt dat je de nieuwe manier van reageren zo vaak herhaalt dat het vanzelf gaat en dat je niet meer na hoeft te denken, maar gewoon aansluit. Dat je kind iets initieert, en jij er al bent.

WAT JE WEL KAN DOEN

Dat is wat we je leren in Kickstart jouw Peutertaal: Niet alleen het waarom, maar ook het hoe. Stap voor stap, in de alledaagse momenten ‘aangeboden’ wordt.

Het zit in de context, in de emotie van het moment, in de herhaling die voelt als plezier en niet als oefening.

Wat dat in de praktijk betekent? Dat je niet naast je kind hoeft te zitten met flashcards, maar dat je gewoon op de grond kunt zitten met de blokken en dat er, als je weet waar je op let, van alles mogelijk is in die twintig minuten die er toch al zijn.

Kickstart jouw Peutertaal

Leer hoe de taalontwikkeling van jouw kind verloopt en hoe jij als ouder kunt aansluiten tijdens de gewone, alledaagse momenten. Geen logopediepraktijk nodig. Gewoon jij, thuis, met je kind.

VEELGESTELDE VRAGEN

Is het normaal dat mijn kind wel alles begrijpt maar nog niet praat?

Ja, dit komt vaak voor omdat taalbegrip en taalproductie twee compleet verschillende vaardigheden zijn die zich in een ander tempo ontwikkelen. Sommige kinderen zitten langer in een ‘instudeerfase’ waarin ze taal vooral opslaan en verwerken voordat ze het zelf gaan gebruiken.

Wanneer een kind druk voelt om te presteren, verschuift de focus in het brein van communiceren naar presteren. Deze prestatiedruk kan het mechanisme dat taalproductie mogelijk maakt juist blokkeren, waardoor een kind nog stiller kan worden.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Interesse in onze cursus?

Bekijk de cursus of neem contact met ons op